Artisjok

De geneeskracht van de artisjok staat al eeuwen bekend. Hij ondersteunt de lever, stimuleert de galafvoer, verbeterd daarmee de spijsvertering en verlaagd de productie van cholesterol. Artisjok staat bekend om zijn ontgiftende werking. Het bereiden van de artisjok vraagt iets meer geduld maar dan heb je ook wat!

 

Asperges

Licht verteerbaar en rijk aan voedingsstoffen. Kort verkrijgbaar in het voorjaar dus dan moeten we er ook optimaal van genieten. Na 24 juni is het ver gedaan met de asperges. Naast veel vocht bevatten ze veel vezels, kalium, magnesium, ijzer, vitamine E, vitamine C en calcium. Ze werken vochtafdrijvend, helpen hoge bloeddruk omlaag te brengen en activeren de darmen. Groene asperges bevatten nog meer vitaminen en mineralen maar minder asperginine

 

Aubergine

De aubergine komt oorspronkelijk uit India en heeft via de aziatische en mediterrane keuken zijn weg naar ons gevonden. Ze bevat zeer weinig calorieën maar kan veel vet opnemen. Dit is geen enkel probleem als je olijfolie gebruikt tijdens het bakken of na het grillen, dit komt de smaak en onze gezondheid ten goede! Aubergine bevat veel vitamine C, kalium, fosfor, magnesium, calcium en ook wat ijzer en zink. Eet hem altijd met schil want de schil bevat anti-oxidanten die schade voorkomen en het LDL (slechte) cholesterol tegen gaan.

 

Bleekselderij

Bleekselderij bevat stoffen die op verschillende manieren gunstig werken voor de bloeddruk. Groenten in het algemeen en met name bleekselderij, bieslook en bladgroenten hebben een beschermende werking tegen darmkanker daarnaast bevat selderij ook ontstekingsremmende stoffen. Weinig calorieën, veel vezels, vitamine C, kalium, natrium, calcium, fosfor, magnesium en een klein beetje zink.

Bloemkool

Bloemkool is een groente die hoort bij het geslacht kool uit de kruisbloemenfamilie . De botanische naam voor bloemkool is Brassica oleracea convar.  De bloemkool bestaat uit nog ongedifferentiëerde bloemknoppen, in tegenstelling tot broccoli. Er zijn bloemkoolrassen met witte, paarse, oranje of groene bloemkolen.De teelt in Nederland vindt vooral plaats in De Streek (regio West-Friesland, Noord-Holland), in de omgeving van Barendrecht, op de Zuid-Hollandse eilanden en rondom Venlo. Winterbloemkool wordt vrijwel uitsluitend in Zeeland, op de Zuid-Hollandse eilanden en in De Streek geteeld, omdat elders de kans op uitvriezen te groot is.

Bloemkool vraagt een flinke bemesting, omdat anders de kans bestaat op te vroege koolvorming, de zogenaamde boorders.

Zodra de kool te zien is moet zij bedekt worden met blad, omdat ze anders niet mooi wit blijft maar bruinachtig geel verkleurt. Dit terugvouwen van het blad vraagt arbeidsinspanning, maar er zijn 'zelfdekkende' variëteiten ontwikkeld waarbij het blad om de kool groeit en zo verkleuring tegengaat.

Bloemkool kan oer-Hollands gekookt worden en met een roomsausje worden gegeteten met gekookte aardappelen, maar ook geroerbakt, uit de oven en in salades is bloemkool erg lekker. Vaak zitten er ook kleine bloemkoolroosjes in groentesoep. Bloemkool past uitstekend in ovenschotels en kan als vervanger van aardappels worden gegeten in een koolhydraatarm-dieet.

Rode biet

Ook wel krootjes genoemd. Bevat vitamine A, B1, B2, B6, B11, C. Rijk aan kalium en calcium. Bevat ijzer, magnesium en zink. Bietjes zijn vezelrijk en werken anti- ontsteking, anti-oxidant en ontgiftend. Bieten bevatten betanine (bietenrood), dit is een anti-oxidant die onder andere het LDL-cholesterol (slechte cholesterol) verlaagt.

Rode biet is net als spinazie een nitraatrijke groente. Nitraat heeft een positieve uitwerking op het uithoudingsvermogen doordat het zorgt voor verwijding van de bloedvaten, hierdoor daalt de bloeddruk en gebruik je minder zuurstof tijdens inspanning. Dit maakt bietensap populair bij duursporters. Nitraat heeft ook een nadeel. Door bewaring en verhitting wordt nitraat gedeeltelijk omgezet in nitriet. Volgens de EFSA (Europese autoriteit voor voedselveiligheid) is het onwaarschijnlijk dat de blootstelling aan nitraat via groenten zal leiden tot gezondheidsrisico’s. Elke dag bietensap is wat overdreven maar verder kun je zowel in de zomer als in de winter wekelijks genieten van verse krootjes, ze zijn het hele jaar door verkrijgbaar op de bio markt.

Bieten zijn rauw te eten, geraspt of als sap, je kunt ze ongeschild koken of onder zilverfolie in de oven garen. Ook lekker in stamppot of zoetzuur ingemaakt. De gaartijd hangt af van de grootte. In het voorjaar en de zomer zit vaak het verse loof nog aan de bieten, dit kun je klaarmaken zoals spinazie of jawel: snijbiet. Kort stoven met een teen knoflook en wat (bos)ui. Klein loof kun je als salade eten. Het loof is een rijke bron van kalium, calcium, ijzer, betacaroteen en vitamine C.

 

 

Bataat

De zoete aardappel is een zetmeelhoudende knol. Botanisch niet verwant met ‘onze’ aardappel. Er is een oranje/roze variant en een witte. Rijk aan zogenaamde cellulaire koolhydraten die zorgen voor een gezonde darmflora. Ook vitamine C, calcium en vezels zijn goed vertegenwoordigd. De roze variant bevat ontzettend veel bèta caroteen (wordt in het lichaam gedeeltelijk omgezet in vitamine A).

 

Boerenkool

Deze typische wintergroente noemt men in Vlaanderen ook wel krulkool of krolkool (miauw). Boerenkool is rijk aan vezels, vitamine C, kalium, magnesium en calcium en bevat ook eiwitten, ijzer, koper en mangaan. 100 gram boerenkool bevat bijna een hele gram vitamine K (nodig voor de bloedstolling en inbouw van calcium in je botten) en mag dus zeker niet op je menu ontbreken. Van september tot februari vers te verkrijgen en lekker in stamppot, gestoofd, of een paar kleine blaadjes rauw door een salade of smoothie. zowel lekkniet op je menu ontbreken.  per 100 gramoente veel eiwit en ijzerlicobactertten en de bloedstolling) en sulforafoo

 

 

Brassica

Brassica is de latijnse naam voor de familie van kruisbloemigen. Boerenkool, bloemkool, broccoli, romanesco, spruiten, witte kool, rode kool, chinese kool, radijs, koolrabi, savooiekool zijn allemaal leden van deze familie.

Broccoli is een groente die verwant is aan bloemkool. Van broccoli worden de nog gesloten bloemknoppen gegeten (in sommige streken in Italië echter ook de bladeren), van bloemkool zijn dat de aanlegsels van de bloemknoppen. De stelen zijn ook prima eetbaar. Het woord broccoli is het meervoud van het Italiaanse woord 'broccolo'. Broccolo betekent "de bloeiende top van een kool".

 

 Van de groenten bevat broccoli de meeste glucosinolaten. Er zijn ongeveer 120 verschillende, natuurlijke glucosinolaten bekend. Ze worden gevormd uit de aminozuren.

Glucosinolaten zouden ook preventief werken tegen kanker. Momenteel wordt vooral sulforafaan 

in broccoli onderzocht op de werking tegen kanker.

100 gram verse broccoli bevat:

·         2 g koolhydraten

·         3,3 g eiwit

·         105 mg calcium

·         1,3 mg ijzer

·         114 mg vitamine C

·         0,1 mg vitamine B1

·         0,21 mg vitamine B2

·         0,12 mg caroteen

 

Broccoli draagt bij aan het lichaam via een relatief hoge concentratie vezels, bèta-caroteen, calcium en vitamine C, aangezien deze voedingsstoffen belangrijke functies binnen het lichaam ondersteunen, zoals de spijsvertering, celreparatie en celbescherming.

Chioggiabiet

Chioggiabiet is een heel oud en smakelijk ras afkomstig uit het Italiaanse kustplaatsje Chioggia bij Venetië. In het nederlands ‘strandbiet’, in het engels ‘sea beet’. Deze biet is rauw in dunne schijfjes op zijn best.De smaak is zoet en de cirkels op de schijfjes verdwijnen bij het koken. Ook deze variant van de biet is bloedversterkend en zorgt voor verlaging van de bloeddruk.

Bietjes zijn mijn favoriete alleskunners. Gecombineerd met zoet (in cake of pannenkoek) of hartig (met kaas of noten), zuur (dressing met citroen sap en olijfolie), of bitter (in een salade met radiccio en sinaasappel). Heerlijk met geitenkaas, als dip of puree, bij vis (met venkel!), of in een smoothie met appel, avocado en snijbiet en citroen.

 

Eeuwig moes

Eeuwig moes is bekend onder veel namen; splijtkool, duizendkop, heggemoos, bladmoes, stekkool of Maastrichter Schelk. Deze kool, die begin vorige eeuw nog veel werd gegeten in limburg, is een snijkool met losse bladeren die het hele jaar door geoogst kan worden. De voedingswaarde zal vergelijkbaar zijn met die van bladkool, dus rijk aan vitamine C, kalium, calcium, ijzer, magnesium, fosfor en foliumzuur (B11). Ook bevat het waarschijnlijk een goede dosis vitamine K (voor de opslag van kalk in de botten en de bloedstolling) en sulforafaan, een sterke anti-oxidant die de lever ondersteunt en effectief werkt tegen maagzweren en als onderdeel van voedingstherapie tegen kanker.

Col de mile cabezas of Chou a mile tetes maak je klaar net zoals savooiekool of boerenkool. Bijvoobeeld gestoofd met boter en afgekruid met nootmuskaat of kort gekookt door een stamppot van pastinaak en knolselderij. De jonge bladeren kun je rauw eten en de grote bladeren gebruik je om pakketjes te maken met groenten of gehakt.

Komkommer

Van mei tot augustus is dit langwerpige vruchtgewas in zijn natuurlijke seizoen. Ze zijn het hele jaar verkrijgbaar doordat ze geïmporteerd worden of geteeld in kassen. Omdat ze voor 90% uit water bestaan bieden ze niet zoveel voedingswaarde maar ze zijn wel heerlijk dorstlessend. Komkommer bevat in kleine hoeveelheden vitamine C, kalium, calcium en fosfor.

Deze frisse vrucht combineert uitstekend met tomaten, yoghurt, peterselie, selderij, dille, bieten, gerookte zalm, azijn, geitenkaas, vette vis, munt, wodka, oregano, zwarte olijven, feta en witte bonen. Ook heerlijk oosters getint, in een gado-gado met pindasaus, taugé en een eitje.

 

Pastinaak

Pastinaak, Pastinaca sativa, pinksternakel of witte wortel is een plant uit de schermbloemenfamilie, Apiaceae. Het is een circa 20 cm lang wortelgewas met een zoete anijsachtige smaak en een crème-witte kleur. Door de lengte van de penwortel is de groente niet geschikt voor teelt op kleigronden. De pastinaak wordt doorgaans in de tweede helft van april gezaaid. Bij vroeger zaaien gaat de plant al in het eerste jaar bloeien. Hoewel de pastinaak al in de zomer kan worden geoogst wordt hij meestal gezien als wintergroente. Vaak wacht men met rooien tot er een koude periode is geweest, dit zou de smaak ten goede komen. Oogsten is de hele winter door mogelijk omdat de wortel in de grond niet doodvriest.

De pastinaak komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. De plant was al bekend bij de Oude Grieken en de Romeinen. De plant was oorspronkelijk zo groot als een gewone wortel (peen). Bij hun trek naar het noorden namen de Romeinse soldaten de pastinaak mee. Daar bleek dat de pastinaak in koudere gebieden veel groter werd. De pastinaak kwam in de Middeleeuwen naar West-Europa en was vóór de introductie van de aardappel een belangrijk volksvoedsel. In Groot-Brittannië en Ierland is de "witte wortel" populair gebleven. In de Verenigde Staten aten de immigranten aanvankelijk ook pastinaak, meegebracht door de Engelsen. Net als elders is ook daar de pastinaak vervangen door de aardappel.

Net als de winterwortel kan pastinaak zowel rauw als gekookt of gestoofd worden gegeten. De pastinaak kan ook gebakken worden of tot stamppot verwerkt. Gefrituurde pastinaak lijkt op aardappelchips. De pastinaak wordt onder andere gebruikt als ingrediënt van hutspot en maakte deel uit van de hutspot zoals die bij het Leidens ontzet van 1574 werd gegeten. De pastinaak wordt ook vaak als smaakverfijner gebruikt in soep.

 

RAAP

We onderscheiden de knolraap, de koolraap en de boterraap.

Koolraap (Brassica napobrassica, synoniemen: Brassica napus var. napobrassica, Brassica napus subsp. rapifera) is een plant uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Een koolraap is de wortel van deze plant. Het jonge blad wordt 'snijmoes' of 'snijkool' genoemd en wordt eveneens gegeten. Koolraap werd vroeger in het Friese kleigebied, de Bommelerwaard, Gelderland, Noord-Limburg en Noord-Brabant verbouwd voor zowel dierlijke (veevoer) als menselijke consumptie. Tegenwoordig wordt het in Nederland weinig meer gegeten en is het een van de zogenoemde vergeten groenten.

Koolraap is waarschijnlijk ontstaan uit een kruising tussen kool (Brassica oleracea) en knolraap (Brassica rapa) (ook meiraap of meiknolletje genoemd) en wordt vaak met de laatste verward. Dit komt niet alleen doordat de koolraap vaak knolraap genoémd wordt (ook Van Dale erkent dit woordgebruik) maar ook doordat sommige rassen knol- of meiraap erg op koolraap lijken. Om de verwarring nog groter te maken worden beide soorten ook wel kortweg raap genoemd.

Typische verschillen:

·         gewicht - de koolraap haalt per stuk makkelijk een kilo, terwijl knol- of meirapen meestal veel kleiner zijn;

·         kleur - de als groente verkochte koolraap is oranjegeel van binnen, waar de meeste meirapen wit zijn, hoewel ook het omgekeerde voorkomt;

·         groei - de knol van de koolraap vormt zich boven in de penwortel, en is daarmee een wortelknol, terwijl bij de meiraap ook de aansluitende stengelbasis verdikt is;

·         seizoen - de koolraap kan goed tegen kou en warmte en is een typische wintergroente, wat voor de meiraap - zoals de naam al zegt - niet geldt.

De koolraap lijkt minder op de koolrabi (Brassica oleracea var. gongylodes), die een hypocotyl (een verdikking van de stengel) is.

Koolraap wordt ter plaatse gezaaid en uitgeplant, en kan op alle grondsoorten worden geteeld. Maar het beste gedijt hij op lichte kleigrond. Koolrapen worden in de regel begin juni gezaaid omdat eerder zaaien vezelige, houtige knollen geeft. De zaai- en plantafstand is 50 x 40 cm. Voor uitplanten wordt eind mei/begin juni buiten op zaaibed gezaaid en 6 tot 8 weken later uitgeplant. Te diep planten geeft een minder mooie knolvorm. In oktober/november worden de 1,5 kg zware knollen geoogst. De knollen kunnen bij 1 °C tot zes maanden bewaard worden. De knollen worden geschild en in staafjes gesneden, gekookt gegeten. Ze hebben een zoetige smaak. Rauw zijn ze niet bijzonder smakelijk.

Koolrapen hebben veel boor nodig. Boorgebrek uit zich door glazige vlekken, een ruw, kurkachtig knoloppervlak en holle koppen. Te veel stikstof geeft een minder goede smaak.

 

Knolraap, ook meiraap, meiknolletje, consumptieraap, herfstknol, herfstraap, tol, knol, of raap genoemd (Brassica rapa subsp. rapa) is een oude groente die in Nederland vrijwel alleen nog door de amateurtuinder en in de biologische landbouw geteeld wordt, maar bijvoorbeeld in België en Frankrijk heel gewoon is. Knolrapen worden vers gegeten en kunnen ook in salades gebruikt worden. Knolrapen moeten niet verward worden met koolraap. Sommige rassen van knolraap kunnen uitgroeien tot een gewicht van ruim 1 kg. In De Streek in Noord-Holland werd vroeger veel knolraap geteeld voor de export naar Groot-Brittannië. De naam "meiraap" duidt op het feit dat de knolraap alleen in het voorjaar geteeld wordt, omdat de plant niet winterhard is. De stoppelknol is ook een knolraap, die vroeger veel na de graanoogst gezaaid werd en aan het vee wordt gevoerd. Bij stoppelknollen zijn er rassen met en zonder knol. De winterraap (ook: aveelzaad) is een variëteit die winterhard is.

Knolrapen werden al geteeld door de Romeinen en de Oude Grieken. De domesticatie heeft waarschijnlijk plaatsgevonden in Afghanistan, Pakistan en het Middellandse Zeegebied.

De knol vormt zich boven in de penwortel en in de stengel onder de laagste bladeren, en is daarmee iets tussen wortelknol en stengelknol in. De rest van de penwortel is dun en 10 of meer cm lang. Overigens blijkt het mogelijk om de plant tot het maken van ondubbelzinnige stengelwortels aan te zetten. De knolraap kan al in maart ter plaatse in de volle grond worden gezaaid bij een rij afstand van 25 tot 30 cm en later in de rij uitgedund op 10-15 cm.

De herfstrassen worden gezaaid in juli en worden geoogst in september of oktober. Er zijn witte variëteiten, witte met paarsrode koppen en gele variëteiten. Ook hiervoor geldt een rijafstand van 25 cm, hetgeen later wordt uitgedund tot ongeveer 8 cm.

 

Boterraap ook wel zandraap genoemd, of goudbol, vanwege de kleur.
De smaak van deze en van de meeste andere soorten rapen is vrij bitter en een beetje scherp. Te vergelijken met de radijs. Het is een uitstekende bewaargroente.

De raap is rauw, in een salade, te eten. Hij kan echter ook goed gekookt en gebakken gegeten worden. Raap is vooral lekker met een sausje. Bv. een kerrie- of notensausje. De raap is ook geschikt voor stamppotten en hutspotten

 

 

 

 

WITLOF

 

Witlof of brusselslof  is een bladgewas, een bladgroente die in het donker wordt geteeld. In het licht wordt de krop door chlorofylvorming namelijk groen. De afgesneden (afgebroken) krop kan rauw of gekookt worden gegeten.

Witlof is, net als roodlof, een variëteit van cichorei. Ook andijvie is een cichoreiachtige.

Vroeger had witlof een enigszins bittere smaak. Sommige mensen, vooral kinderen, houden daar niet van. Tegenwoordig zijn er witlofrassen die niet of bijna niet bitter zijn. Rauwe witlof heeft geen uitgesproken bittere smaak. Witlof wordt vaak gekookt gegeten. Door witlof te koken met behalve water wat melk wordt de bittere smaak verzacht. De groente kan ook rauw in een salade met stukjes appel, ander fruit of met rauwkostgroentes worden gegeten. Rauw gegeten is de smaak fris en lichtjes bitter. Het is daardoor een populair ingrediënt in zomerse gemengde salades.

Witlof wordt in de oven bereid met bijvoorbeeld ham en kaas. Ook kan het in soep worden verwerkt. Andere bereidingsmethoden zijn roerbakken of stoven en opdienen met een hollandaisesaus als "witlof à la crème".

Witlof is tweejarig. In het eerste jaar worden de wortelen geteeld door in mei te zaaien, waarna in de herfst de wortelen worden geoogst. Daarna moeten de wortelen weer nieuw blad gaan vormen, de witlof. Dit proces wordt de trek genoemd. Het procedé stamt uit de 19de eeuw van een Brusselse hovenier.

 Vroeger was witlof een wintergroente en gebeurde de trek met dekgrond, waarbij boven op de wortels een tot 20 cm dikke laag grond werd gebracht. Bij een dunnere laag grond moet de trekruimte lichtdicht zijn, omdat anders de witlof aan de bovenkant groen wordt. Door nieuwe technieken  is de witlof tegenwoordig langere tijd te krijgen. In de gangbare teelt wordt witlof veel op stromend water getrokken met een waterig resulaat. Dit gebeurt bij onze witlofboer uit Houtain st Simeon(bij Visé) gelukkig niet.